Samen op weg


De oppositie heeft in de afgelopen raadsvergadering een duidelijk signaal afgegeven dat zij ongerust is over de manier waarop raad en college op dit moment met elkaar omgaan. Met name op de handelswijze van het college valt nogal wat af te dingen. Vragen worden te laat, of niet afdoende beantwoord. Vergaderingen van de raad worden eenzijdig door het college geannuleerd. Die manier van werken tast de positie van de gemeenteraad aan. En dat werd door de oppositiepartijen LH, GroenLinks, ChristenUnie en CDA, ondersteund door de SP en Hart voor Hilversum, niet getolereerd.
Een politiek novum: op een avond werden er twee interpellatiedebatten gevoerd. Interpellatie debatten zijn (nog steeds) zeldzaam, maar twee debatten op een avond is nog niet eerder voorgekomen in de Hilversumse politiek.
Waar draaide het om: het meest pregnante voorbeeld vinden Groenlinks, CU en CDA het niet nakomen van de breed in de gemeenteraad levende wens tot een apart van de begroting georganiseerde discussie over de aankomende bezuinigingen. (Hierover vroeg LH een interpellatiedebat aan). Maar ook de lange wachttijd op de antwoorden op schriftelijke vragen wekt irritatie op. Ook worden vragen beantwoord op een manier waarvan inhoud en toon van de beantwoording naar het gevoel van de fracties geen recht doet aan de rol en intenties van de raad.
Wethouder van Osch creëerde een wassen neus door toe te zeggen dat burgers alsnog mogen inspreken op de discussieavond van 20 oktober. (Normaal gesproken kunnen burgers bij dergelijke officiële bijeenkomsten niet inspreken). Feit is echter dat er dan door de raad nog steeds in 2 dagen moet worden gediscussieerd en besluitvorming moet plaatsvinden over de begroting waar er anders 3 dagen beschikbaar waren. In 2 dagen bezinnen en met wijzigingsvoorstellen komen is slecht haalbaar en dat komt het besluitvormingsproces en de zorgvuldigheid niet ten goede. We houden Van Osch overigens aan zijn toezegging!
Burgemeester Bakker erkende dat ook het college zich dient te houden aan de afspraken die gemaakt zijn. Hij stelde dat hij daar nauwgezet op zal toezien. Die houding waarderen we. We wachten dan ook met spanning af of het vanaf nu beter zal gaan.
De houding van de fractievoorzitter van D66, verbaasd ons. Hij reageerde als door een wesp gestoken op opmerkingen van Leefbaar fractievoorzitter Peter van Westing over het afblazen van de discussiebijeenkomst met de raad over de aangekondigde bezuinigingen.
Op de vraag van Groen Links fractievoorzitter Jan Kastje wie daar nu eigenlijk toe had besloten antwoordde hij. “Dat hebben wij besloten”. De vraag werd hem natuurlijk gesteld wie die “wij” dan zou zijn. “Wij is Barend Smit” antwoordde de D66- fractievoorzitter de heer Smit daarop. Een dergelijk antwoord doet de wenkbrauwen fronzen.
Het lijkt erop dat D66 heeft besloten alleen in het raadhuis te regeren. D66 wenste met haar casus ook niet betrokken te worden in het interpellatiedebat van Groenlinks, CDA en ChristenUnie over niet tijdige en onvolledige beantwoording van vragen. “Het betrekken van onze casus in deze interpellatie is nergens voor nodig, D66 wenst daarin niet betrokken te worden”. Blijkbaar is D66 niet langer geïnteresseerd in ordentelijke antwoorden op normale vragen.
Wethouder Rensen was niet gelukkig met de vragen van D66 over de Melkfabriek “omdat er ook op andere manieren vragen kunnen worden gesteld”. Maar of de wethouder er gelukkig mee is doet helemaal niet terzake. Hij heeft als wethouder te accepteren dat er vragen worden gesteld en dient die vragen adequaat en netjes te beantwoorden. De raad bepaalt zelf op welke manier zij vragen stelt, en niet het college.
De houding van de VVD in deze nieuwe raadsperiode valt ons ook tegen. Waar de VVD in de vorige raadsperiode zeer kritisch was, fel oppositie voerde tot op het extreme af, zien en horen de we de VVD-fractie nu niet meer.
Alles wordt voor zoete koek geslikt. Er wordt door de VVD ingestemd met een extra krediet op de Vorstin (een project waar ze altijd mordicus op tegen waren), er wordt ingestemd met het halen van geld uit een ISV-pot om een paar parkeerplaatsen te realiseren en zelfs een geld- en energieverslindend idee als het opzetten van een rekenkamer in plaats van een rekenkamercommissie wordt stilzwijgend getolereerd. En dat allemaal omdat de plaats in het college moet worden veiliggesteld.
Het was natuurlijk allemaal wel te verwachten, maar het is een hard gelach te moeten zien dat de VVD bezig is zijn eigen reputatie te grabbel te gooien. Een raadsfractie heeft een eigenstandige rol, en die mag door de VVD fractie best waar gemaakt worden. Opereer los van het college!
We constateren een grote mate van krampachtigheid in de manier van werken in het college. Die krampachtigheid vertaalt zich in de manier waarop de fracties van de collegepartijen zich opstellen. Blijkbaar is er weinig vertrouwen tussen de coalitiepartners onderling, waardoor er ook geen ruimte is om op details onderling van mening te verschillen. De VVD zou als oppositiepartij nooit hebben ingestemd met het halen van geld uit de ISV-pot voor het aanleggen van een aantal parkeerplaatsen. Maar blijkbaar hebben ze niet de ruimte om zich hierover dissident op te stellen.
Ook het feit dat er zoveel vragen worden gesteld de laatste tijd, zegt iets over de relatie tussen de raad en het college. Wanneer ga je vragen stellen? Als je niet goed bent geïnformeerd, als je het eigenlijk niet vertrouwd, of als je op een andere manier geen antwoord hebt gekregen op je vragen.
Veel vragen kunnen worden voorkomen als het college zowel oppositie als coalitiepartijen betrekt in te nemen besluiten. Dus als het college met de hele raad zaken doet. En dat is blijkbaar niet het geval. Anders zouden er geen twee interpellaties over hetzelfde thema worden gehouden en zouden er minder vragen worden gesteld. Het gaat om vertrouwen, en de vertrouwens relatie is op dit moment, op zijn zachtst gezegd, niet ideaal.